maandag 11 april 2016

Ook de werkgelegenheid begint te profiteren van de aantrekkende economie

De werkgelegenheid lijkt in 2015 de eerste tekenen van herstel zien. In ruim 41 procent van de gemeenten is de werkgelegenheid toegenomen, 5 procent blijft gelijk in werkgelegenheid en 54 procent heeft  het aantal banen nog zien dalen. Met name langs de Rijkswegen A2, A50 en A1 lijkt het herstel zich te hebben ingezet. De regio Amsterdam en Noord-Overijssel laten over de hele periode 2011-2015 de beste ontwikkeling zien. Minder goed gaat het in Drenthe en Limburg en delen van Zuid-Holland en Groningen.
Een en ander blijkt uit de werkgelegenheidscijfers van Stichting LISA  die recent beschikbaar zijn gekomen. Al enkele jaren op rij maakt Fanion onderzoek & advies hier een korte analyse van. De edities 2013, 2014 en 2015 zijn in eerdere blogs na te lezen.

Kleine groei werkgelegenheid overall

Na jaren van werkgelegenheidsdaling is de werkgelegenheid is tussen 2014-2015 landelijk met 0,1% toegenomen. Toch is de werkgelegenheid nog altijd 2,5% lager dan hij was in 2011.
Het aantal banen is vooral toegenomen in de landsdelen West en Oost. In Noord-Nederland en Zuid-Nederland is ook in 2015 nog sprake van een werkgelegenheidsdaling, hoewel er wel sprake is van afvlakking.

Figuur 1
Ontwikkeling werkgelegenheid naar landsdeel 2011-2015 (index: 2011 = 100)
Bron: LISA 2011-2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

Noord-Holland en Overijssel werkgelegenheidsgroei; Limburg en Drenthe daling

In Noord-Holland (1,3%) en Overijssel (0,7%) is de arbeidsmarkt duidelijk aan het aantrekken. Ook Utrecht (0,4%), Noord-Brabant (0,1%) en Gelderland (0,1%) laten voor het eerst sinds jaren weer een groei in werkgelegenheid zien.
Slecht gaat het nog altijd in Limburg (-1,3%), Drenthe (-1,0%) en Zuid-Holland (-0,6%) waar nog altijd sprake is van een behoorlijke afname van het aantal banen.

Figuur 2
Ontwikkeling werkgelegenheid naar provincie 2011-2015
Bron: LISA 2011-2015, bewerking Fanion onderzoek & advies






















Grote verschillen binnen provincies: met name Groot Amsterdam en Noord-Overijssel in de lift

De ontwikkeling binnen provincies is alles behalve uniform. Ook tussen de verschillende deelregio's zijn er aanmerkelijke verschillen. 

2011-2015

Nog bijna nergens is de werkgelegenheid in 2015 op het niveau van 2011. Vooral in Limburg en de grensregio's als de Achterhoek, Zuidoost-Drenthe is het aantal banen flink gedaald gedurende de crisis. Uitzonderingen vormen de regio's Groot-Amsterdam en Noord-Overijssel waar in 2015 de werkgelegenheid wel groter is dan in 2011. Opvallend is wel dat de Zaanstreek een flink banenverlies laat zien, terwijl het naastgelegen Groot-Amsterdam het juist zo goed doet.

Figuur 3
Ontwikkeling werkgelegenheid naar COROP 2011-2015
Bron: LISA 2011-2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

2014-2015

In 2014 - 2015 laten vooral de regio's rond de Rijksweg A2 van Eindhoven tot en met Amsterdam een toename in werkgelegenheid zien. In Overijssel hebben alle regio's al te maken met een toename van het aantal banen. Opvallend is tevens de positieve ontwikkeling in de regio Den Haag  en Delft, waar lang sprake was van werkgelegenheidsdaling. In de rest van Zuidwest-Nederland gaat het nog altijd niet goed en is nog altijd sprake van een daling van het aantal banen. Hetzelfde geldt voor de regio's in de provincie Limburg.

Figuur 4
Ontwikkeling werkgelegenheid naar COROP 2011-2015
Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

Regio Amsterdam veruit grootste economische dynamiek

De regio Amsterdam is tussen 2011 en 2015 de onbetwiste nummer 1 als het het gaat om de economische dynamiek. Nergens is het aantal  bedrijven sterker toegenomen en nergens is de werkgelegenheid harder gegroeid. Andere regio's die het goed doen zijn: Noord-Overijssel, Zuidwest-en Zuidoost-Friesland, de Veluwe, Utrecht, Arnhem-Nijmegen, Zuidoost-Brabant en Haarlem en omgeving.

Een klein aantal regio's heeft het werkgelegenheidsverlies weliswaar beperkt weten te houden, maar blijft wel achter in de groei van het aantal bedrijven. Het gaat onder meer om Noordoost-Noord-Brabant, Kop van Noord-Holland, Leiden en de Bollenstreek, Overig Groningen en Alkmaar en omgeving.

Andere regio's hebben wel een goede groei van het aantal bedrijven, maar een daling in het aantal banen. Dit geldt onder meer voor Den Haag en omgeving, West-en Midden-Noord-Brabant, Noord-Friesland, de Achterhoek en Zuid-Limburg.

Tot slot is er een groep regio's met een lage dynamiek. Hier is het verlies aan banen groter dan gemiddeld, maar is tevens sprake van een lage groei van het aantal bedrijven. Het slechtst gaat het in de regio Zuidoost-Zuid-Holand, Oost-Zuid-Holland, Zuidoost-Drenthe, Delfzijl e.o.. Maar ook de grote werkgelegenheidsregio Groot-Rijnmond hoort tot deze categorie.

Figuur 5
Ontwikkeling werkgelegenheid en vestigingen naar COROP 2011-2015
Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies


Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente

2011-2015: daling banen over vrijwel de gehele linie

Tussen 2011-2015 is vrijwel is in 75% van alle gemeenten de werkgelegenheid gedaald onder invloed van de economische crisis. 25% van de gemeente heeft het aantal banen zien groeien. Groei van werkgelegenheid zat er rond Amsterdam en Schiphol (gemeente Haarlemmermeer), Ook de gemeente Zwolle en de regio daaromheen (Voorst, Olst-Wijhe, Dalfsen) deed het goed. 
Ook op de Veluwe en een deel van Twente was bij veel gemeenten sprake van een lichte banengroei. Dit geldt tot slot ook voor Zuidoost-Brabant, waar met name de regio De Kempen het goed doet.

De gemeenten met banenverlies zitten hoofdzakelijk in het Noorden van Nederland. Ook in de zuidvleugel van de Randstad en in West-Brabant hebben veel gemeenten werkgelegenheid ingeleverd. Dit geldt ook voor De Achterhoek, Noord- en Zuid-Limburg en een groot deel van Noordoost-Brabant.

Figuur 6
Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente, 2011-2015

Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

2014-2015: duidelijke tekenen van herstel

Tussen 2014 en 2015 is de arbeidsmarkt zich duidelijk aan het herstellen. Ruim 40 procent van de gemeenten laat een stijging van de werkgelegenheid zien, bij 8 procent is het aantal banen ongewijzigd en 54 procent heeft nog te maken met een daling van de werkgelegenheid.

De gemeenten op de assen A2, A50 en A1 lijken het relatief goed te doen. Opvallend is de positieve ontwikkeling in Twente en Zuidwest-Overijssel (Voorst, Deventer, Olst-Wijhe en Raalte). Ook delen van West-Brabant, Noordoost-Brabant, Het Groene-Hart en Rivierenland laten banengroei zien. Verder kleuren ook grote delen Zeeland opvallend groen. Ook de regio Den Haag - Delft laat een mooi herstel zien na jaren van banenverlies.

Toch gaat het nog niet overal goed. De gemeenten met een flinke daling in werkgelegenheid concentreren zich in Noord- en Oost-Groningen, Drenthe, Leiden/Alphen a/d Rijn en Noord- en Midden-Limburg. Ook een groot deel van de provincie Flevoland kleurt rood.

Figuur 7
Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente, 2011-2015

Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies


Conclusie

Het herstel van de arbeidsmarkt wordt langzaam ingezet. 41 procent van de gemeenten heeft de werkgelegenheid zien toenemen. In 2015 is bij 75 procent van de gemeenten het aantal banen nog lager dan in 2011. Een heel duidelijk ruimtelijk patroon is er niet. Toch lijken vooral de Rijkswegen A2, A50 en A1 de assen waarlangs de werkgelegenheid zich als eerste herstelt. Delen van Groningen en Limburg hebben het nog altijd moeilijk. De onbetwiste banenmotor van Nederland is de regio Amsterdam. Daar is zowel de grootste groei in werkgelegenheid als de grootste bedrijvendynamiek.

© Henry de Vaan, Fanion onderzoek & advies 






vrijdag 25 maart 2016

Noordvleugel Randstad en Zuidoost-Brabant/Noord-Limburg trekken de kar

Deze blog is een actualisatie van mijn eerdere blog uit september 2013 waarin ontwikkeling van het Bruto Regionaal Product (BRP) naar COROP is afgezet tegen de ontwikkeling van het arbeidsvolume over de periode 1996-2012. Inmiddels heeft het CBS voorlopige cijfers over 2013 en 2014 gepubliceerd. Een mooie gelegenheid om te kijken of er wijzigingen zijn in de regionale ontwikkeling tussen de COROP-regio's.

Baanloze Groei

Het landelijke BBP tegen marktprijzen is tussen  2010 en 2014 met 4,9% toegenomen van € 632 miljard Euro naar 662,8 miljard Euro in 2014. In dezelfde periode daalde het arbeidsvolume, gemeten in arbeidsjaren, met 1,1% van 7,06 miljoen naar 6,98 miljoen. In feite is daarmee sprake van een baanloze groei, waarbij er wel groei in de economie is, maar dit niet leidt tot meer werkgelegenheid.

Figuur 1: Ontwikkeling BBP en Arbeidsvolume in arbeidsjaren, 2010-2014, Nederland
Bron: CBS Statline, bewerking Fanion onderzoek en Advies
**) 2013 en 2014 (nader) voorlopig



Regionale verschillen 

Omvang BRP

De grootste bijdrage aan het BBP leveren de regio's rond de grote steden: Groot Amsterdam (€ 88,9 mrd), Groot Rijnmond (€ 60,7 mrd), Utrecht (€ 58,4 mrd), Agglomeratie Den Haag (€ 34,0 mrd). Metropoolregio Eindhoven volgt op de voet met € 33,5 mrd. Overig Groningen (€ 24,2 mrd) heeft ook altijd een relatief sterke positie vanwege de gaswinning in dat gebied.

Figuur 2: Bruto Regionaal Product naar COROP in 2014

Omvang Arbeidsvolume

Het arbeidsvolume laat nagenoeg hetzelfde beeld zien. De grootste arbeidsmarkten zijn de regio's Groot-Amsterdam, Groot Rijnmond en Utrecht. Deze worden gevolgd door de intermediaire regio's Veluwe, Arnhem-Nijmegen, Noordoost- en Zuidoost-Noord-Brabant en West-Noord-Brabant.

Figuur 3: Bruto Regionaal Product naar COROP in 2014


Tabel 1 Overzicht COROP gebieden

COROP-CodeCOROPCOROP-CodeCOROP
1
Oost-Groningen
21
Agglomeratie Haarlem
2
Delfzijl en omgeving
22
Zaanstreek
3
Overig Groningen
23
Groot-Amsterdam
4
Noord-Friesland
24
Het Gooi en Vechtstreek
5
Zuidwest-Friesland
25
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek
6
Zuidoost-Friesland
26
Agglomeratie 's-Gravenhage
7
Noord-Drenthe
27
Delft en Westland
8
Zuidoost-Drenthe
28
Oost-Zuid-Holland
9
Zuidwest-Drenthe
29
Groot-Rijnmond
10
Noord-Overijssel
30
Zuidoost-Zuid-Holland
11
Zuidwest-Overijssel
31
Zeeuws-Vlaanderen
12
Twente
32
Overig Zeeland
13
Veluwe
33
West-Noord-Brabant
14
Achterhoek
34
Midden-Noord-Brabant
15
Arnhem/Nijmegen
35
Noordoost-Noord-Brabant
16
Zuidwest-Gelderland
36
Zuidoost-Noord-Brabant
17
Utrecht
37
Noord-Limburg
18
Kop van Noord-Holland
38
Midden-Limburg
19
Alkmaar en omgeving
39
Zuid-Limburg
20
IJmond
40
Flevoland

Ontwikkeling Bruto Regionaal Product 2010-2014

Als we kijken naar de groei van het BRP dan vindt deze verspreid over het land plaats. Koplopers zijn Zuidwest-West Friesland (+17,3%), Oost-Groningen (+14,2%), Zaanstreek (11,2%), Zuidwest-Drenthe (10,2%), Noord-Limburg (10%) en Noordoost-Noord-Brabant (9,4%). Als wordt gekeken naar aaneengesloten regio's dan mag worden geconcludeerd dat de Noordvleugel van de Randstad (Groot-Amsterdam, Zaanstreek) het goed doet. Daarnaast doen Oost-Brabant en Noord-Limburg het goed. De economische groei blijft achter in Zuidwest Nederland, en dan met name overig Zeeland en het uiterste noorden van het land. Ook de regio's Den Haag en Oost-Zuid-Holland (Alphen aan de rijn/Gouda) ontwikkelen zich slecht.

Figuur 4: Ontwikkeling Bruto Regionaal Product naar COROP 2010 - 2014



































Ontwikkeling arbeidsvolume 2010-2014

De ontwikkeling van de werkgelegenheid laat voor een deel eenzelfde beeld zien, maar er zijn ook enkele verschillen. Qua werkgelegenheid doet de Noord-Vleugel van de Randstad het opnieuw goed, evenals Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg. Ook in Zuidwest-Drenthe en Oost-Groningen groeit de werkgelegenheid boven gemiddeld. De meest noordelijke regio's en de regio's Den Haag en Oost-Zuid-Holland laten een meer dan gemiddelde krimp van de werkgelegenheid zien. Opvallend zijn de regio Noordoost-Brabant en Zuidwest-Friesland die een bovengemiddelde groei van het BRP laten zien, maar qua werkgelegenheid beneden gemiddeld scoren. Hier is sprake van jobless growth. De regio's Veluwe en Zuidoost-Friesland doen het juist wat beter qua banengroei dan qua economische groei.

Figuur 5: Ontwikkeling Arbeidsvolume naar COROP periode 2010 - 2014


Ontwikkeling BRP en Arbeidsvolume gecombineerd

De regio die zich het sterkst heeft ontwikkeld tussen 2010 en 2014 is de regio Oost-Groningen. Deze regio heeft de op een na hoogste groei van het BRP en de hoogste groei van het arbeidsvolume. Eveneens goede prestaties hebben de Zaanstreek en Noord-Limburg. Van de grote economische regio's presteren Groot-Amsterdam en Zuidoost-Noord-Brabant het best.
Regio's met veel procesindustrie zoals Zuidwest-Friesland, Noordoost-Noord-Brabant, IJmond, Zeeuws-Vlaanderen laten een bovengemiddelde groei zien, maar met verlies van banen. Hier is sprake van jobless growth.
In de regio's Flevoland, Zuidoost-Zuid-Holland, Utrecht, Overig Zeeland en Overig Groningen valt het banenverlies wel mee. Wel is er sprake van een lagere groei van het BRP. In Overig Groningen gaat het daarbij vooral over de gaswinning.
Voor Flevoland is wel opvallend dat het inmiddels een heel gemiddelde Nederlandse regio is. De dubbele groeicijfers uit het verleden worden niet meer gerealiseerd.
De regio die het veruit het slechtst doet is de regio Den Haag met zowel een lage economische groei en een flinke daling van de werkgelegenheid. Dit heeft uiteraard veel te maken met bezuinigingen binnen de Rijksoverheid. Ook Groot-Rijnmond combineert een krimp van de economie met een krimp van het aantal banen. In Zuid-Holland deelt verder ook Oost-Zuid-Holland mee in de malaise. Daar staat voor Zuid-Holland tegenover dat Delft en Westland en Leiden en Bollenstreek wel goed presteren.

Figuur 6: Ontwikkeling BRP en Arbeidsvolume naar COROP t.o.v. gemiddelde, 2010-2014 
Bron: CBS Statline, bewerking Fanion onderzoek & advies

Conclusie

De noordvleugel van de Randstad (Groot-Amsterdam, Zaanstreek) is samen met de regio's Oost-Brabant en Noord-Limburg de motor van de economie gebleken tussen 2010-2014. In Noordoost-Brabant leidt dit overigens niet tot meer werkgelegenheid.
De economie in de zuidvleugel van de Randstad (regio Den Haag, Groot-Rijnmond, Oost-Zuid-Holland) heeft het moeilijk. De regio's Utrecht en Arnhem/Nijmegen zijn de meest gemiddelde regio's van Nederland.


© Henry de Vaan, Fanion onderzoek & advies, Maart 2016

































zondag 29 maart 2015

Werkgelegenheid profiteert nog niet van groei van de economie en daalt nog steeds

De economie heeft in 2014 weer groei laten zien. Met name de exporterende sectoren hebben het goed gedaan Inmiddels is ook het consumentenvertrouwen weer groeiende. In 2014 heeft de werkgelegenheid nog niet geprofiteerd van de aanzwellende economie. De werkgelegenheid reageert dan ook met vertraging op de economische ontwikkeling. Een en ander blijkt uit de jongste werkgelegenheidsgegevens die de stichting LISA onlangs heeft gepubliceerd. Dit artikel gaat in op de regionale verschillen in Nederland, die soms erg groot zijn.

Oost Nederland houdt schade beperkt

Vanaf 2011 hebben alle landsdelen te maken gehad met een daling van de werkgelegenheid. Landelijk daalde de werkgelegenheid met 2,4%. In Noord- en Oost-Nederland bleef het aantal banen nog even op peil, maar ook daar zette vanaf 2012 de daling in.
De meeste banen gingen verloren in Zuid-Nederland met een werkgelegenheidsverlies van 3,2%. Oost-Nederland wist de schade beperkt te houden met in 2014 -1,5% minder banen dan in 2010

Figuur 1
Geïndexeerde werkgelegenheidsontwikkeling 2010-2014
Bron: LISA 2010-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies


Drenthe, Zuid-Holland en Limburg grootste verliezers, Noord-Holland banenmotor

Van 2013 op 2014 is de werkgelegenheid met 2,6% het hardst gedaald in Drenthe. Ook in Zuid-Holland (-2,0%) en Limburg (-1,8%) nam het aantal banen sterker dan gemiddeld af. Limburg behoort daarmee voor het 2e jaar op rij bij de drie provincies waar de meest banen verloren gaan.
Opvallend is het goede presteren van Noord-Holland. Van 2012 op 2013 bleef de werkgelegenheid gelijk en van 2013 op 2014 is de werkgelegenheid zelfs licht gestegen.

Figuur 2
Ontwikkeling van het aantal banen naar provincie 2012-2013 en 2013-2014

Bron: LISA 2012-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies


Meer banen in Groot Amsterdam, Noord-Overijssel en Noordoost-Brabant

In vrijwel alle COROP regio's is van 2013 op 2014 sprake van een daling van het aantal banen. Met name in Zuid-Holland, Drenthe en Noord-Limburg was sprake van een fors verlies van banen.
Daar staat tegenover dat de werkgelegenheid in Groot-Amsterdam, Noord-Overijssel (regio Zwolle) en Noordoost-Brabant is toegenomen.

Figuur 3
Ontwikkeling van het aantal banen naar COROP, 2013-2014

Bron: LISA 2012-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies






Groot Amsterdam economische motor over de periode 2010-2014

Wanneer we over de periode ook de bedrijvendynamiek betrekken bij de analyse, dan is de regio Groot Amsterdam duidelijk de economische motor van Nederland met zowel de hoogste banengroei als de hoogste groei van het aantal bedrijfsvestigingen. De twee enige andere regio's met werkgelegenheidsgroei tussen 2010-2014 waren de Veluwe en Noord-Overijssel (Zwolle e.o.). Van bovengemiddelde groei van  bedrijvigheid is sprake in de regio's Utrecht, de Arnhem-Nijmegen en Midden-Brabant.
Aan de andere kant van het spectrum zitten de regio's Groot-Rijnmond, Den Haag e.o., Zuidoost-Zuid-Holland en Delft en Westland. In deze regio's ontwikkelt de werkgelegenheid zich slechter dan landelijk gemiddeld, maar blijft bovendien de groei van het aantal bedrijven achter. Overigens geldt dit ook voor de de regio's Alkmaar e.o., IJmond en Haarlem e.o. in de provincie Noord-Holland. Het contrast met het succes van de regio Groot-Amsterdam in dezelfde provincie is daarmee groot.
Opvallend is Noordoost-Brabant. Deze regio krabbelt duidelijk op nadat eerder sprake was van bovengemiddeld banenverlies.

Figuur 4
Ontwikkeling van het aantal banen (verticale as) en aantal vestigingen (horizontale as) naar COROP, 2010-2014

Bron: LISA 2012-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

In de meeste gemeenten nog banenkrimp van 2013-2014

Van 2013 op 2014 hebben de meeste gemeenten de werkgelegenheid nog zien afnemen. Toch zijn er in elke provincie ook gemeenten waar de werkgelegenheid is gestegen. Voorbeelden met een goede ontwikkeling van het aantal banen zijn Sint-Oedenrode, Landsmeer, Rijnwaarden, Midden-Delfland
Blaricum, Groesbeek, Rhenen. Opvallend is dat globaal rondom het IJsselmeer en in Noord-Overijssel (de regio A28, A50 en A1) de werkgelegenheid zich bovengemiddeld heeft ontwikkeld. Ook de gemeenten langs de onlangs doorgetrokken A4 in West-Brabant laten een bovengemiddelde werkgelegenheidsontwikkeling zien.

Figuur 5
Ontwikkeling van het aantal banen naar gemeente 2013-2014
Bron: LISA 2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

Lange termijn: dalende werkgelegenheid; maar Groot-Amsterdam, Groot-Zwolle, de Veluwe, Oost-Groningen en de Kempen zitten in de lift

Over de periode 2010-2014 bezien is de werkgelegenheid bij de meeste gemeenten gedaald. De gemiddelde werkgelegenheidsontwikkeling is dan ook met -2,6% negatief.Vooral in grote delen van Zuid-Holland, Drenthe en Friesland is er sprake van een bovengemiddelde afname van het aantal banen. Toch zijn er ook gemeenten waar de werkgelegenheid is gestegen. Met name in de regio Amsterdam/Haarlemmermeer, de regio Groot-Zwolle (Zwolle e.o./Noordoost-Polder) en grote delen van de Veluwe is sprake van banengroei. Positieve uitschieters zijn er ook in Noord- en Oost-Groningen en in de Brabantse Kempen.

Figuur 6
Ontwikkeling van het aantal banen naar gemeente, 2010-2014
Bron: LISA 2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies
Voor 2015 is de verwachting dat de werkgelegenheid langzaam maar zeker zal gaan toenemen. De economisch groei zet door en in het eerste kwartaal 2015 neemt het aantal vacatures toe.

© Henry de Vaan, Fanion Onderzoek & Advies, maart 2015


vrijdag 28 februari 2014

Nederland kleurt rood: vrijwel overal is de werkgelegenheid gedaald in 2013

De werkgelegenheid is in vrijwel het gehele land flink gedaald in 2013. In Zuid-Nederland is het banenverlies het grootst. Oost-Nederland doet het relatief het best. Landelijk nam de werkgelegenheid tussen 2012 en 2013 af met -1,2 procent. Ook van 2011 op 2012 nam het aantal banen al af, toen met -0,7%. In dat jaar waren er echter nog veel regionale verschillen en daalde de werkgelegenheid lang niet overal. Zie hiervoor mijn blog van vorig jaar. Dit jaar is in vrijwel het hele land sprake van een afname van het aantal banen. Een en ander blijkt uit de laatste cijfers van LISA die op 19 februari j.l. zijn gepubliceerd.

Het zuiden van het land kent het grootste banenverlies
Vooral in Zuid-Nederland is de werkgelegenheid tussen 2012-2013 sterk afgenomen. Ook bezien over de periode 2009-2012 is Zuid-Nederland het hardst getroffen, met een banenverlies van 3,2 procent.
Relatief positief heeft zich het aantal banen in Oost-Nederland ontwikkeld, maar ook daar ligt de omvang van de werkgelegenheid anno 2013 1 procent onder het niveau van 2009.

Figuur 1
Geïndexeerde werkgelegenheid naar landsdeel 2009-2013 (2009=100)
Bron: LISA 2009-2013, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

Vooral de werkgelegenheid in Limburg fors geraakt
Voor het tweede jaar op rij hoort Limburg tot de provincies met het grootste verlies aan banen. In 2011-2012 nam de werkgelegenheid met 1,3 procent af, in 2012-2013 is het banenverlies zelfs 2,7 procent. Opvallend is verder dat in Groningen het banenverlies vorig jaar nog redelijk beperkt bleef, terwijl dit jaar Groningen het op een na sterkste banen verlies heeft.

Figuur 2
Ontwikkeling werkgelegenheid naar provincie 2011-2012 en 2012-2013 
Bron: LISA 2011-2013, bewerking Fanion onderzoek & advies

Witte raven langs A4, Zuid-Zuid-Holland en de Brabantse grensstreek
Vrijwel heel Nederland kleurt rood in 2012-2013. Vooral in Noordoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg is er in veel gemeenten sprake van aanzienlijk banenverlies. Ook het Noordoost Overijssel en Oost-Drenthe laat een bovengemiddeld werkgelegenheidsverlies zien.
Een positieve ontwikkeling van de werkgelegenheid is zichtbaar langs de A4 van Amsterdam richting de regio Den Haag. Ook in Zuid-Holland Zuid en in een aantal Brabantse gemeenten langs de grens met België hebben de werkgelegenheid zien stijgen.

Figuur 3
Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente 2012-2013
Bron: LISA 2013, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

Periode 2009-2013: daling het sterkst in Noordoost-Brabant
Noordoost-Brabant telt de meeste gemeenten met een werkgelegenheidsverlies van meer dan 10 procent en is daarmee de regio met de grootste werkgelegenheidsdaling. Ook in Zuid-Limburg, de Gooi- en Vechtstreek en in de gemeenten langs de kust is het banenverlies groot.  Opvallend is ook het aantal gemeenten met een een grote werkgelegenheidsverlies langs de A32 (Friesland) en in Noordoost-Overijssel.
Positief is de werkgelegenheidsontwikkeling in Noordoost-Groningen, de regio Amsterdam, een groot deel van de Veluwe en de Brabantse Kempen.

Figuur 4
Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente 2009-2013

Bron: LISA 2009, 2013, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

Regio Groot Amsterdam grote winnaar en regio's Noordoost-Brabant en Den Haag grootste verliezers
De regio Groot Amsterdam is de regio met zowel de grootste bedrijvendynamiek als de grootste banengroei over de periode 2009-2013. Andere regio's die het goed doen zijn Noord-Drenthe, Flevoland, Veluwe en Zuidoost-Noord-Brabant.
De regio's Noordoost-Brabant, Gooi- en Vechtstreek en IJmond presteren onder gemiddeld op zowel de ontwikkeling van de werkgelegenheid als op de bedrijfsdynamiek. Ook een grote werkgelegenheidsregio als Den Haag presteert relatief slecht.
De regio's Groot-Rijmond, Noord-Overijssel en Zuidoost-Zuid-Holland kennen wel een bovengemiddelde werkgelegenheidsontwikkeling, maar hebben een relatief geringe bedrijvendynamiek. In West- en Midden-Noord-Brabant is de werkgelegenheidsontwikkeling onder gemiddeld, maar komen er wel bovengemiddeld veel bedrijven bij. Hetzelfde geldt voor Noord- en Zuidoost-Friesland.

Figuur 5
Ontwikkeling werkgelegenheid (verticaal) en aantal vestigingen (horizontaal) naar COROP 2009-2013 
(omvang werkgelegenheid bepaalt de omvang van de bol)

Bron: LISA 2009, 2013, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

© Henry de Vaan, Fanion Onderzoek & Advies, februari 2014

dinsdag 26 november 2013

Het belang van de re-industrialisatie van Nederland

De laatste sokkenfabriek
Mijn vader had een kleine kousen- en sokkenfabriek in het zuiden van het land. Het was een van de laatste sokkenfabrieken van Nederland. Grote fabrieken als Jansen de Wit waren al gesloten en de textielindustrie was toen al grotendeels verdwenen naar de lage lonen landen. Halverwege jaren '90 besloot ook mijn vader, noodgedwongen, met zijn bedrijf te stoppen. Tegen de buitenlandse prijzen viel niet meer te concurreren.
Vaak gaf mijn vader aan dat hij zich zorgen maakte over de economie in Nederland en meer in het bijzonder over het vertrek van de maakindustrie uit Nederland. Waar moet straks het geld verdiend worden, vroeg hij zich af? Ook het verlies van kennis, vakmanschap en technisch inzicht dat daarmee gepaard ging, ging hem aan het hart.

Zorgen om vertrek van de industrie
Mijn vader maakte zich, denk ik, terecht zorgen. De industrie is, samen met de landbouw, een van de meest stuwende sectoren. Dat wil zeggen dat er veel waarde wordt toegevoegd en bovendien dat veel van de producten worden geëxporteerd. Er wordt dus per saldo geld verdiend voor de BV Nederland. De sector heeft bovendien een grote multiplier. Elke euro toegevoegde waarde en elke baan in de industrie levert minstens even zoveel toegevoegde waarde en werkgelegenheid op in andere sectoren als de bouw- en installatiesector, de transportsector, zakelijke diensten en niet-commerciële diensten.

De afgelopen jaren was er sprake van een 'verdienstenlijking' van de economie. Er kwamen steeds minder banen in de landbouw, de industrie en de bouw en steeds meer in de commerciële en niet-commerciële diensten. Overigens was een deel hiervan een papieren verschuiving. Daar waar vroeger grote industriële bedrijven alles in eigen beheer deden (transport, horeca, administratie, beveiliging, marketing en sales) en de werknemers daardoor 'gelabeld' waren als werkend in de industrie werden op enig moment steeds meer diensten uitbesteed aan derden. Hierdoor werden de industrie en de zakelijke diensten in de statistieken communicerende vaten waarbij de werkgelegenheid in de industrie kromp en die bij de zakelijke diensten steeg. Uiteraard waren er ook meer structurele ontwikkelingen en verdwenen er industrie ook steeds meer banen door verregaande automatisering en mechanisering waarbij arbeid werd vervangen door kapitaal.

Maar er was toch ook wel meer aan de hand. Grote industriële bedrijven gingen druk aan de slag met 'offshoring'. Uit een onderzoek van het CBS bleek dat 14% van de grote industriële bedrijven hier tussen 2000-2006 actief mee bezig was geweest, waarbij de motieven vooral waren: besparing op loonkosten, concurrentiepositie, volgen concurrenten of cliënten, toegang nieuwe markten en andere soorten besparingen.

Inzetten op re-industrialisatie
De Europese Commissie onderkent inmiddels dat Europa haar concurrentiepositie in de wereld ziet verslechteren ten opzichte van de VS en de BRIC-landen (mede) als gevolg van het wegtrekken van de industrie. Zij pleit dan ook voor de re-industrialisatie van Europa, want zonder een goede basis in de industrie kan de economie niet bloeien, zo vindt de Commissie.

Ik denk dat de Europese Commissie hiermee een verstandige koers inslaat. De industrie is verantwoordelijk voor de meeste innovaties en is verantwoordelijk voor de meeste investeringen in R&D. Hieruit volgen nieuwe producten en nieuwe afzetmarkten en daarmee groei van toegevoegde waarde en werkgelegenheid. De dienstverlenende sectoren profiteren hiervan doordat zij bestaande en nieuwe diensten kunnen blijven leveren aan de industrie.
Nederland krijgt van de Europese Commissie best een goed rapport als het gaat om de kracht van de industrie. Op de meeste indicatoren scoort Nederland boven het Europese gemiddelde. Nederland presteert echter (flink) onder het gemiddelde als het gaat om het aantal aantal afgestudeerden aan hoog technisch onderwijs, investeringen in R&D, de energie intensiteit van de industrie, de investeringen in bescherming van het milieu en de toegang tot financiering voor het MKB (zie figuur 1).

Figuur 1: Prestaties Nederland op het Industrial Performance Scoreboard (klik voor grote versie)
Bron: Europese Commissie (2012),  Industrial  performance scoreboard.
Kennisintensieve industrie
Re-industrialisatie betekent niet dat we weer terug moeten naar vroeger tijden. De textielindustrie en andere arbeidsintensieve industrietakken met veel lopende band werk zullen niet snel meer naar Nederland terugkomen, tenzij deze werkzaamheden in volledig gerobotiseerde fabrieken gaat plaatsvinden. een voorbeeld hiervan is Philips dat een deel van haar productie terug uit Oost-Europa naar Nederland haalde door een volledig gerobotiseerde fabriek in Drachten te bouwen. Deze fabriek levert overigens wel veel indirecte werkgelegenheid op voor installateurs, onderhoudstechnici, transporteurs, toeleveranciers en andere diensten.

De toekomst zal veel meer liggen in hoogwaardige, kennisintensieve industrie waarin veel innovaties plaatsvinden. Vaak gaat het om meer kleinschalige tot middelgrote bedrijven die flexibel zijn, maatwerk kunnen leveren en snel hun producten en productieproces kunnen aanpassen aan de steeds veranderende marktvraag. Om dit succesvol te kunnen doen zullen er voldoende start-ups moeten komen en zullen de investeringen in R&D flink omhoog moeten. Voor deze start-ups zijn hoog opgeleide technici en exacte wetenschappers nodig. Het is dus zaak dat de in- en uitstroom in het technisch onderwijs wordt verhoogd. Tot slot mag financiering geen bottle-neck meer zijn. Uiteraard zullen banken weer meer moeten durven investeren en tegelijkertijd kunnen andere financieringsbronnen worden aangeboord als 'private equity' en 'crowd funding'.

Waar is de industrie sterk in Nederland: Zuidoost-Brabant als gidsregio
Over de periode 1995-2011 is de toegevoegde waarde van de Nederlandse industrie (excl. delfstoffen en nutsbedrijven) volgens het CBS met 49% toegenomen. Daarnaast wordt in 2011 13% van de toegevoegde waarde in de industrie gerealiseerd. Als we het aandeel industrie en de groei van de toegevoegde waarde in de industrie van de COROP-regio's vergelijken met deze landelijke waarden, dan blijkt een aantal regio's duidelijk voorop te lopen met een hoge specialisatiegraad en een hoge groei. De regio Zuidoost-Brabant is duidelijk een gidsregio als het gaat om de industrie. De stevige inzet op Brainport en de Triple Helix (onderzoek/onderwijs, ondernemers en overheid) werpt daar duidelijk zijn vruchten af. Andere sterke regio's zijn Zuidwest-Overijssel, Twente, overig Zeeland en Groot-Rijnmond.
Regio's, met een lage specialisatie, maar wel een hoge groei zijn Flevoland en de Kop van Noord-Holland.
De regio's IJmond, Zaanstreek, Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Limburg en Midden- en Noordoost-Brabant kennen een bovengemiddeld aandeel van de industrie in de productiestructuur, maar de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de industrie is er beneden gemiddeld.
De industrie presteert het slechtst in Delft en Westland, Het Gooi- en Vechtstreek, Agglomeratie Haarlem en de regio Arnhem-Nijmegen. Ook de industrie in Utrecht presteert beneden gemiddeld. Deze regio's zijn weinig gespecialiseerd in de industrie als het gaat om de industrie en de industrie groeit er beneden gemiddeld. De positie van Delft en Westland is opvallen, gezien de aanwezigheid van de TU Delft in dit gebied, anderzijds is deze universiteit ook actief voor het Groot-Rijnmond gebied dat wel goed presteert.

Figuur 2: Industrie naar groei toegevoegde waarde (1995-2011) en 
specialisatiegraad in toegevoegde waarde (2011), naar COROP-regio. (klik voor grote versie)
Bron: CBS, Statline, bewerking Fanion onderzoek & advies

Conclusie
De inzet van de Europese Commissie voor een re-industrialisatie van Nederland juich ik toe. Met de Europese Commissie ben ik van mening dat de industrie een sterk stuwende sector is die via toeleveringsrelaties een belangrijke basis vormt voor andere sectoren. Voor een succesvolle industriepolitiek zijn de verbetering van voldoende uitstroom van hoog opgeleid technici uit het onderwijs, meer investeringen in R&D en voldoende investerings- en kredietmogelijkheden voor het MKB van groot belang. De regio Zuidoost-Brabant en Twente zijn duidelijke gidsregio's. De Triple Helix aanpak in deze regio's werpt duidelijk haar vruchten af.

© Henry de Vaan, Fanion Onderzoek & Advies, november 2013