Posts tonen met het label COROP. Alle posts tonen
Posts tonen met het label COROP. Alle posts tonen

maandag 11 april 2016

Ook de werkgelegenheid begint te profiteren van de aantrekkende economie

De werkgelegenheid lijkt in 2015 de eerste tekenen van herstel zien. In ruim 41 procent van de gemeenten is de werkgelegenheid toegenomen, 5 procent blijft gelijk in werkgelegenheid en 54 procent heeft  het aantal banen nog zien dalen. Met name langs de Rijkswegen A2, A50 en A1 lijkt het herstel zich te hebben ingezet. De regio Amsterdam en Noord-Overijssel laten over de hele periode 2011-2015 de beste ontwikkeling zien. Minder goed gaat het in Drenthe en Limburg en delen van Zuid-Holland en Groningen.
Een en ander blijkt uit de werkgelegenheidscijfers van Stichting LISA  die recent beschikbaar zijn gekomen. Al enkele jaren op rij maakt Fanion onderzoek & advies hier een korte analyse van. De edities 2013, 2014 en 2015 zijn in eerdere blogs na te lezen.

Kleine groei werkgelegenheid overall

Na jaren van werkgelegenheidsdaling is de werkgelegenheid is tussen 2014-2015 landelijk met 0,1% toegenomen. Toch is de werkgelegenheid nog altijd 2,5% lager dan hij was in 2011.
Het aantal banen is vooral toegenomen in de landsdelen West en Oost. In Noord-Nederland en Zuid-Nederland is ook in 2015 nog sprake van een werkgelegenheidsdaling, hoewel er wel sprake is van afvlakking.

Figuur 1
Ontwikkeling werkgelegenheid naar landsdeel 2011-2015 (index: 2011 = 100)
Bron: LISA 2011-2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

Noord-Holland en Overijssel werkgelegenheidsgroei; Limburg en Drenthe daling

In Noord-Holland (1,3%) en Overijssel (0,7%) is de arbeidsmarkt duidelijk aan het aantrekken. Ook Utrecht (0,4%), Noord-Brabant (0,1%) en Gelderland (0,1%) laten voor het eerst sinds jaren weer een groei in werkgelegenheid zien.
Slecht gaat het nog altijd in Limburg (-1,3%), Drenthe (-1,0%) en Zuid-Holland (-0,6%) waar nog altijd sprake is van een behoorlijke afname van het aantal banen.

Figuur 2
Ontwikkeling werkgelegenheid naar provincie 2011-2015
Bron: LISA 2011-2015, bewerking Fanion onderzoek & advies






















Grote verschillen binnen provincies: met name Groot Amsterdam en Noord-Overijssel in de lift

De ontwikkeling binnen provincies is alles behalve uniform. Ook tussen de verschillende deelregio's zijn er aanmerkelijke verschillen. 

2011-2015

Nog bijna nergens is de werkgelegenheid in 2015 op het niveau van 2011. Vooral in Limburg en de grensregio's als de Achterhoek, Zuidoost-Drenthe is het aantal banen flink gedaald gedurende de crisis. Uitzonderingen vormen de regio's Groot-Amsterdam en Noord-Overijssel waar in 2015 de werkgelegenheid wel groter is dan in 2011. Opvallend is wel dat de Zaanstreek een flink banenverlies laat zien, terwijl het naastgelegen Groot-Amsterdam het juist zo goed doet.

Figuur 3
Ontwikkeling werkgelegenheid naar COROP 2011-2015
Bron: LISA 2011-2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

2014-2015

In 2014 - 2015 laten vooral de regio's rond de Rijksweg A2 van Eindhoven tot en met Amsterdam een toename in werkgelegenheid zien. In Overijssel hebben alle regio's al te maken met een toename van het aantal banen. Opvallend is tevens de positieve ontwikkeling in de regio Den Haag  en Delft, waar lang sprake was van werkgelegenheidsdaling. In de rest van Zuidwest-Nederland gaat het nog altijd niet goed en is nog altijd sprake van een daling van het aantal banen. Hetzelfde geldt voor de regio's in de provincie Limburg.

Figuur 4
Ontwikkeling werkgelegenheid naar COROP 2011-2015
Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

Regio Amsterdam veruit grootste economische dynamiek

De regio Amsterdam is tussen 2011 en 2015 de onbetwiste nummer 1 als het het gaat om de economische dynamiek. Nergens is het aantal  bedrijven sterker toegenomen en nergens is de werkgelegenheid harder gegroeid. Andere regio's die het goed doen zijn: Noord-Overijssel, Zuidwest-en Zuidoost-Friesland, de Veluwe, Utrecht, Arnhem-Nijmegen, Zuidoost-Brabant en Haarlem en omgeving.

Een klein aantal regio's heeft het werkgelegenheidsverlies weliswaar beperkt weten te houden, maar blijft wel achter in de groei van het aantal bedrijven. Het gaat onder meer om Noordoost-Noord-Brabant, Kop van Noord-Holland, Leiden en de Bollenstreek, Overig Groningen en Alkmaar en omgeving.

Andere regio's hebben wel een goede groei van het aantal bedrijven, maar een daling in het aantal banen. Dit geldt onder meer voor Den Haag en omgeving, West-en Midden-Noord-Brabant, Noord-Friesland, de Achterhoek en Zuid-Limburg.

Tot slot is er een groep regio's met een lage dynamiek. Hier is het verlies aan banen groter dan gemiddeld, maar is tevens sprake van een lage groei van het aantal bedrijven. Het slechtst gaat het in de regio Zuidoost-Zuid-Holand, Oost-Zuid-Holland, Zuidoost-Drenthe, Delfzijl e.o.. Maar ook de grote werkgelegenheidsregio Groot-Rijnmond hoort tot deze categorie.

Figuur 5
Ontwikkeling werkgelegenheid en vestigingen naar COROP 2011-2015
Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies


Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente

2011-2015: daling banen over vrijwel de gehele linie

Tussen 2011-2015 is vrijwel is in 75% van alle gemeenten de werkgelegenheid gedaald onder invloed van de economische crisis. 25% van de gemeente heeft het aantal banen zien groeien. Groei van werkgelegenheid zat er rond Amsterdam en Schiphol (gemeente Haarlemmermeer), Ook de gemeente Zwolle en de regio daaromheen (Voorst, Olst-Wijhe, Dalfsen) deed het goed. 
Ook op de Veluwe en een deel van Twente was bij veel gemeenten sprake van een lichte banengroei. Dit geldt tot slot ook voor Zuidoost-Brabant, waar met name de regio De Kempen het goed doet.

De gemeenten met banenverlies zitten hoofdzakelijk in het Noorden van Nederland. Ook in de zuidvleugel van de Randstad en in West-Brabant hebben veel gemeenten werkgelegenheid ingeleverd. Dit geldt ook voor De Achterhoek, Noord- en Zuid-Limburg en een groot deel van Noordoost-Brabant.

Figuur 6
Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente, 2011-2015

Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies

2014-2015: duidelijke tekenen van herstel

Tussen 2014 en 2015 is de arbeidsmarkt zich duidelijk aan het herstellen. Ruim 40 procent van de gemeenten laat een stijging van de werkgelegenheid zien, bij 8 procent is het aantal banen ongewijzigd en 54 procent heeft nog te maken met een daling van de werkgelegenheid.

De gemeenten op de assen A2, A50 en A1 lijken het relatief goed te doen. Opvallend is de positieve ontwikkeling in Twente en Zuidwest-Overijssel (Voorst, Deventer, Olst-Wijhe en Raalte). Ook delen van West-Brabant, Noordoost-Brabant, Het Groene-Hart en Rivierenland laten banengroei zien. Verder kleuren ook grote delen Zeeland opvallend groen. Ook de regio Den Haag - Delft laat een mooi herstel zien na jaren van banenverlies.

Toch gaat het nog niet overal goed. De gemeenten met een flinke daling in werkgelegenheid concentreren zich in Noord- en Oost-Groningen, Drenthe, Leiden/Alphen a/d Rijn en Noord- en Midden-Limburg. Ook een groot deel van de provincie Flevoland kleurt rood.

Figuur 7
Ontwikkeling werkgelegenheid naar gemeente, 2011-2015

Bron: LISA 2015, bewerking Fanion onderzoek & advies


Conclusie

Het herstel van de arbeidsmarkt wordt langzaam ingezet. 41 procent van de gemeenten heeft de werkgelegenheid zien toenemen. In 2015 is bij 75 procent van de gemeenten het aantal banen nog lager dan in 2011. Een heel duidelijk ruimtelijk patroon is er niet. Toch lijken vooral de Rijkswegen A2, A50 en A1 de assen waarlangs de werkgelegenheid zich als eerste herstelt. Delen van Groningen en Limburg hebben het nog altijd moeilijk. De onbetwiste banenmotor van Nederland is de regio Amsterdam. Daar is zowel de grootste groei in werkgelegenheid als de grootste bedrijvendynamiek.

© Henry de Vaan, Fanion onderzoek & advies 






zondag 29 maart 2015

Werkgelegenheid profiteert nog niet van groei van de economie en daalt nog steeds

De economie heeft in 2014 weer groei laten zien. Met name de exporterende sectoren hebben het goed gedaan Inmiddels is ook het consumentenvertrouwen weer groeiende. In 2014 heeft de werkgelegenheid nog niet geprofiteerd van de aanzwellende economie. De werkgelegenheid reageert dan ook met vertraging op de economische ontwikkeling. Een en ander blijkt uit de jongste werkgelegenheidsgegevens die de stichting LISA onlangs heeft gepubliceerd. Dit artikel gaat in op de regionale verschillen in Nederland, die soms erg groot zijn.

Oost Nederland houdt schade beperkt

Vanaf 2011 hebben alle landsdelen te maken gehad met een daling van de werkgelegenheid. Landelijk daalde de werkgelegenheid met 2,4%. In Noord- en Oost-Nederland bleef het aantal banen nog even op peil, maar ook daar zette vanaf 2012 de daling in.
De meeste banen gingen verloren in Zuid-Nederland met een werkgelegenheidsverlies van 3,2%. Oost-Nederland wist de schade beperkt te houden met in 2014 -1,5% minder banen dan in 2010

Figuur 1
Geïndexeerde werkgelegenheidsontwikkeling 2010-2014
Bron: LISA 2010-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies


Drenthe, Zuid-Holland en Limburg grootste verliezers, Noord-Holland banenmotor

Van 2013 op 2014 is de werkgelegenheid met 2,6% het hardst gedaald in Drenthe. Ook in Zuid-Holland (-2,0%) en Limburg (-1,8%) nam het aantal banen sterker dan gemiddeld af. Limburg behoort daarmee voor het 2e jaar op rij bij de drie provincies waar de meest banen verloren gaan.
Opvallend is het goede presteren van Noord-Holland. Van 2012 op 2013 bleef de werkgelegenheid gelijk en van 2013 op 2014 is de werkgelegenheid zelfs licht gestegen.

Figuur 2
Ontwikkeling van het aantal banen naar provincie 2012-2013 en 2013-2014

Bron: LISA 2012-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies


Meer banen in Groot Amsterdam, Noord-Overijssel en Noordoost-Brabant

In vrijwel alle COROP regio's is van 2013 op 2014 sprake van een daling van het aantal banen. Met name in Zuid-Holland, Drenthe en Noord-Limburg was sprake van een fors verlies van banen.
Daar staat tegenover dat de werkgelegenheid in Groot-Amsterdam, Noord-Overijssel (regio Zwolle) en Noordoost-Brabant is toegenomen.

Figuur 3
Ontwikkeling van het aantal banen naar COROP, 2013-2014

Bron: LISA 2012-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies






Groot Amsterdam economische motor over de periode 2010-2014

Wanneer we over de periode ook de bedrijvendynamiek betrekken bij de analyse, dan is de regio Groot Amsterdam duidelijk de economische motor van Nederland met zowel de hoogste banengroei als de hoogste groei van het aantal bedrijfsvestigingen. De twee enige andere regio's met werkgelegenheidsgroei tussen 2010-2014 waren de Veluwe en Noord-Overijssel (Zwolle e.o.). Van bovengemiddelde groei van  bedrijvigheid is sprake in de regio's Utrecht, de Arnhem-Nijmegen en Midden-Brabant.
Aan de andere kant van het spectrum zitten de regio's Groot-Rijnmond, Den Haag e.o., Zuidoost-Zuid-Holland en Delft en Westland. In deze regio's ontwikkelt de werkgelegenheid zich slechter dan landelijk gemiddeld, maar blijft bovendien de groei van het aantal bedrijven achter. Overigens geldt dit ook voor de de regio's Alkmaar e.o., IJmond en Haarlem e.o. in de provincie Noord-Holland. Het contrast met het succes van de regio Groot-Amsterdam in dezelfde provincie is daarmee groot.
Opvallend is Noordoost-Brabant. Deze regio krabbelt duidelijk op nadat eerder sprake was van bovengemiddeld banenverlies.

Figuur 4
Ontwikkeling van het aantal banen (verticale as) en aantal vestigingen (horizontale as) naar COROP, 2010-2014

Bron: LISA 2012-2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

In de meeste gemeenten nog banenkrimp van 2013-2014

Van 2013 op 2014 hebben de meeste gemeenten de werkgelegenheid nog zien afnemen. Toch zijn er in elke provincie ook gemeenten waar de werkgelegenheid is gestegen. Voorbeelden met een goede ontwikkeling van het aantal banen zijn Sint-Oedenrode, Landsmeer, Rijnwaarden, Midden-Delfland
Blaricum, Groesbeek, Rhenen. Opvallend is dat globaal rondom het IJsselmeer en in Noord-Overijssel (de regio A28, A50 en A1) de werkgelegenheid zich bovengemiddeld heeft ontwikkeld. Ook de gemeenten langs de onlangs doorgetrokken A4 in West-Brabant laten een bovengemiddelde werkgelegenheidsontwikkeling zien.

Figuur 5
Ontwikkeling van het aantal banen naar gemeente 2013-2014
Bron: LISA 2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

Lange termijn: dalende werkgelegenheid; maar Groot-Amsterdam, Groot-Zwolle, de Veluwe, Oost-Groningen en de Kempen zitten in de lift

Over de periode 2010-2014 bezien is de werkgelegenheid bij de meeste gemeenten gedaald. De gemiddelde werkgelegenheidsontwikkeling is dan ook met -2,6% negatief.Vooral in grote delen van Zuid-Holland, Drenthe en Friesland is er sprake van een bovengemiddelde afname van het aantal banen. Toch zijn er ook gemeenten waar de werkgelegenheid is gestegen. Met name in de regio Amsterdam/Haarlemmermeer, de regio Groot-Zwolle (Zwolle e.o./Noordoost-Polder) en grote delen van de Veluwe is sprake van banengroei. Positieve uitschieters zijn er ook in Noord- en Oost-Groningen en in de Brabantse Kempen.

Figuur 6
Ontwikkeling van het aantal banen naar gemeente, 2010-2014
Bron: LISA 2014, bewerking Fanion Onderzoek & Advies
Voor 2015 is de verwachting dat de werkgelegenheid langzaam maar zeker zal gaan toenemen. De economisch groei zet door en in het eerste kwartaal 2015 neemt het aantal vacatures toe.

© Henry de Vaan, Fanion Onderzoek & Advies, maart 2015


vrijdag 9 augustus 2013

Veel regio's in Nederland hebben een (te) grote voorraad bedrijventerrein

Jongstleden juli zijn de meest recente IBIS gegevens over 2013 gepubliceerd. Een ruimtelijk-economische analyse van deze gegevens op het niveau van de COROP regio's leert dat een aantal regio's een relatief (te) grote voorraad bedrijventerreinen heeft; terwijl slechts enkele regio's een (te) geringe voorraad bedrijventerreinen hebben. 

Uitgifte gedaald onder invloed van de economisch crisis, ook het areaal bedrijventerreinen daalt
Het totaal areaal bedrijventerreinen (hectare netto) bestaat uit bestaande bedrijventerreinen en harde plannen voor bedrijventerreinen (bedrijventerreinen met een goedgekeurd bestemmingsplan).

Foto, Henry de Vaan
Van 1992 tot en met 2013 is het netto areaal bedrijventerrein met 25.500 ha netto toegenomen, gemiddeld met zo'n 1.100 ha per jaar.
In dezelfde periode is er bijna 21.000 ha netto bedrijventerreinen uitgegeven aan bedrijven en instellingen; gemiddeld gaat het om 1.000 ha netto per jaar.  Vooral eind jaren '90 en medio jaren 2000 is er veel bedrijventerrein uitgegeven. Sinds het uitbreken van de crisis in 2008 ligt het uitgiftepeil echter behoorlijk onder het langjarig gemiddelde.

In 2011 en 2012 is er echter sprake van een afname van het bedrijventerreinareaal. In diverse regio's worden op dit moment plannen voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen kritisch tegen het licht gehouden en soms ook geschrapt vanwege de achterblijvende vraag als gevolg van de crisis.

Figuur 1 
Uitgifte bedrijventerreinen in Nederland in het betreffende jaar (ha netto) en ontwikkeling areaal bedrijventerrein (ha netto), 1992-2013

Waar concentreren zich de bedrijventerreinen?
Het grootste areaal bedrijventerrein bevindt zich in de regio Groot-Rijnmond en heeft een omvang van ruim 9.000 ha netto. Andere regio's met veel bedrijventerreinen zijn industriële en logistieke regio's als West-Brabant, Zuidoost-Brabant, Groot Amsterdam, Twente en Zuid-Limburg. Ook Flevoland heeft een flink areaal bedrijventerreinen.
De regio's waar bedrijventerrein gelegen zijn, zijn tevens de regio's waar veel aan bedrijventerreingerelateerde banen te vinden zijn. Vooral de regio's Groot Rijmond, Groot Amsterdam, West-Brabant, Noordoost- en Zuidoost-Brabant, Arnhem-Nijmegen, Twente en Zuidoost-Brabant hebben veel banen die veelal op bedrijventerreinen te vinden zijn. Opvallend is ook het relatief hoge aantal bedrijventerreingerelateerde banen in de regio Utrecht. Gemiddeld is landelijk ca. een derde van alle banen aan bedrijventerreinen gerelateerd.



 Tabel 1
Overzicht COROP gebieden
COROP-Code COROP COROP-Code COROP
1 Oost-Groningen 21 Agglomeratie Haarlem
2 Delfzijl en omgeving 22 Zaanstreek
3 Overig Groningen 23 Groot-Amsterdam
4 Noord-Friesland 24 Het Gooi en Vechtstreek
5 Zuidwest-Friesland 25 Agglomeratie Leiden en Bollenstreek
6 Zuidoost-Friesland 26 Agglomeratie 's-Gravenhage
7 Noord-Drenthe 27 Delft en Westland
8 Zuidoost-Drenthe 28 Oost-Zuid-Holland
9 Zuidwest-Drenthe 29 Groot-Rijnmond
10 Noord-Overijssel 30 Zuidoost-Zuid-Holland
11 Zuidwest-Overijssel 31 Zeeuws-Vlaanderen
12 Twente 32 Overig Zeeland
13 Veluwe 33 West-Noord-Brabant
14 Achterhoek 34 Midden-Noord-Brabant
15 Arnhem/Nijmegen 35 Noordoost-Noord-Brabant
16 Zuidwest-Gelderland 36 Zuidoost-Noord-Brabant
17 Utrecht 37 Noord-Limburg
18 Kop van Noord-Holland 38 Midden-Limburg
19 Alkmaar en omgeving 39 Zuid-Limburg
20 IJmond 40 Flevoland






Vooral in Groot-Rijnmond en West-Brabant veel bedrijventerreinen uitgegeven
Vooral in Zuidwest Nederland is veel bedrijventerrein uitgegeven de afgelopen 22 jaar. In de regio Groot-Rijnmond lag de gemiddelde jaarlijkse uitgifte met 84 ha netto het hoogst, gevolgd door West-Brabant met 76 ha netto per jaar. Maar ook in Zeeland ligt de uitgifte met 49 ha netto per jaar op een hoog niveau. In Noordwest Nederland wordt veel bedrijventerrein uitgeven in Groot Amsterdam, Flevoland en Utrecht en in Oost-Nederland in de COROP's Twente en Noordoost-Overijssel. In Noord-Nederland is de gemiddelde jaarlijkse uitgifte het hoogst in Overig Groningen met bijna 34 ha per jaar gemiddeld.

Figuur 4
Uitgifte bedrijventerreinen in betreffende jaar (ha netto) en \
ontwikkeling areaal bedrijventerrein (ha netto), 1992-2013


Vooral in Noord- en Oost-Nederland veel regio's met (te) veel uitgeefbaar bedrijventerrein
Van het totaal areaal bedrijventerreinen in Nederland is nog niet alle terrein uitgegeven. In vrijwel alle regio's is er een voorraad uitgeefbaar bedrijventerrein. De meeste van deze uitgeefbare terreinen zijn in handen van gemeenten, maar een deel is in eigendom van particulieren. In totaal is in 2013 landelijk 15% van het totale areaal nog uitgeefbaar. Overigens is hiervan ruim de helft (8% van het areaal) terstond uitgeefbaar en zijn het voor het overige deel nog harde plannen. Als wordt gekeken naar de verschillen de COROP gebieden dan hebben Delfzijl e.o. en Flevoland het hoogste aandeel nog uitgeefbaar bedrijventerrein. In beide regio's is meer dan 30% van het bedrijventerreinareaal nog uitgeefbaar. Opvallend is dat vooral in Noord-Nederland relatief veel regio's een voorraad bedrijventerrein hebben die meer de 20% van het areaal omvat. Uitzonderingen zijn Noord- en Zuidwest-Friesland en Zuidoost-Drenthe waar dit aandeel lager ligt.


IJzeren voorraad
Een maat die regelmatig gebruikt wordt voor het bepalen van de benodigde voorraad uitgeefbaar bedrijventerrein is het begrip ijzeren voorraad. Uitgangspunt is dat de ijzeren voorraad een omvang heeft van 5 tot 7 keer de gemiddelde jaarlijkse historische uitgifte. Dit komt voort uit de constatering dat landelijk de gemiddelde periode die nodig is om een bedrijventerreinen te ontwikkelen 7 tot 8 jaar is. Anderen gaan bij het begrip ijzeren voorraad uit van het terstond uitgeefbaar deel van de voorraad. Het uitgangspunt is daarbij dat de ijzeren voorraad 2 tot 3 keer de gemiddelde jaarlijkse historische uitgifte bedraagt.

Met de ijzeren voorraad kan snel worden ingespeeld op een bedrijventerreinenbehoefte die snel aantrekt. Is de voorraad kleiner dan de ijzeren voorraad, dan is er feitelijk te weinig bedrijventerrein in voorraad om in de vraag te voorzien als deze plots aantrekt. Als de voorraad groter is dan de ijzeren voorraad dan is er feitelijk sprake van overcapaciteit. Dit hoeft ruimtelijk geen probleem te zijn, zolang de terreinen nog niet bouwrijp zijn gemaakt. De bedrijventerreinen zullen dan de komende jaren op een later tijdstip gereed worden gemaakt en worden uitgegeven. Financieel kunnen er wel grote problemen ontstaan als gemeenten de gronden al in eigendom hebben en de uitgifte langer duurt dan voorzien. De rentelasten zullen dan steeds verder oplopen.

In figuur 6 is per COROP de voorraad uitgeefbaar terrein vergeleken met de langjarig historische uitgifte. Uit de analyse blijkt dat met name de regio's 't Gooi en Vechtstreek, IJmond en Kop van Noord-Holland een voorraad bedrijventerrein hebben die onder de ijzeren voorraad ligt. Deze regio's kunnen dus niet inspelen op een eventueel snel aantrekkende vraag naar bedrijfskavels. De regio's Utrecht, Haarlem, Leiden en Bollenstreek, Zuidoost-Zuid-Holland, Midden-Brabant, Zuidoost-Drenthe, Achterhoek en Noord-Limburg lijkt de balans tussen de voorraad en het uitgiftetempo het meest in evenwicht. In de overige regio's is sprake van voorraden uitgeefbaar terrein die groter zijn dan de IJzeren voorraad. De grootste overcapaciteit is er in Zeeuws-Vlaanderen, Flevoland en Delfszijl e.o. Ook in de regio's Alkmaar e.o., Groot Amsterdam, Veluwe, Twente en Oost-Groningen is de voorraad veel hoger dan de ijzeren voorraad. Wanneer er van wordt uitgegaan dat de historische vraag ook voor de toekomst op peil blijft, dan kunnen deze regio's 15 tot 25 jaar vooruit met de huidige harde voorraad.

Nuancering: voorraad terstond uitgeefbaar terreinen is beperkter
Zoals hiervoor al eerder opgemerkt, is gemiddeld 8% van het areaal bedrijventerreinen in Nederland terstond uitgeefbaar. Dat wil zeggen dat de terreinen bouwrijp zijn en direct verkocht/verpacht kunnen worden aan bedrijven die een behoefte aan een bedrijfslocatie hebben. De overige voorraad bestaat uit harde plannen die weliswaar ruimtelijk zijn vastgelegd, maar waar het terrein pas op termijn beschikbaar komt voor uitgifte. Als de regio's worden vergeleken ten aanzien van de mate van uitgeefbaarheid, dan blijkt dat vooral in Zuid-Holland en Utrecht het terstond uitgeefbaar areaal onder het landelijk gemiddelde ligt. Dit geldt ook voor het westelijk deel van Friesland en de regio Zuidwest-Overijssel. Relatief veel terstond uitgeefbaar terrein is er in de regio Amsterdam, Flevoland, Zuidoost-Friesland en de regio's in de provincie Drenthe.
Uitgaande van een ijzeren voorraad van 2 tot 3 keer de langjarige historische uitgifte dan valt op dat alleen in de regio Zuidwest-Overijssel sprake is van een te lage voorraad direct uitgeefbaar terrein. In de Zuid-Holland, Utrecht, Midden-Limburg, Overig Groningen, Noord-Friesland en Zuidwest-Friesland is het aanbod redelijk goed op orde. In de overige regio's is er sprake van overcapaciteit. Vooral in de Metropoolregio Amsterdam en Zuidwest Drenthe is er sprake van een ruime voorraad bedrijventerrein afgezet tegen de langjarige historisch uitgifte.




Overschotten kunnen nog verder oplopen
Uit de redelijk eenvoudige analyse zoals die hier is gemaakt, kan worden geconcludeerd dat veel regio's erg ruim in hun jas zitten als het gaat om de voorraad uitgeefbaar bedrijventerrein. Overigens kan het heel goed zijn dat in een regio met een ruime voorraad vanwege een kwalitatieve mismatch toch op deelmarkten tekorten ontstaan. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat er veel vraag is vanuit lokale bedrijven naar kleine kavels, terwijl op de beschikbare (regionale) bedrijventerreinen alleen maar grote kavels beschikbaar zijn.

Aangezien het totale areaal bedrijventerrein in 2011 en 2012 is gedaald, wordt door overheden onderkend dat de voorraad aan de ruime kant is. Er worden dan ook in diverse regio's harde plannen voor bedrijventerreinen geschrapt. Desondanks zal in diverse regio's wellicht nog harder ingegrepen moeten worden. Op de korte termijn lijkt een sterke economische groei er nog niet in te zitten. Over het algemeen wordt verwacht dat de economie de komende jaren zal blijven kwakkelen rond de 0% groei. Voor 2014 wordt door het CPB 1%  economische groei verwacht; terwijl bij de raming van bedrijventerreinen het Transatlantic Market scenario het uitgangspunt vormt, waarin wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse groei van 2,2% per jaar.

Daarnaast zijn er in diverse regio's structurele trends gaande die zullen leiden tot een vraag die ligt onder het langjarig historisch gemiddelde. Een belangrijke ontwikkeling is vooral het afvlakken en vervolgens afnemen van de ontwikkeling van de beroepsbevolking de komende jaren als gevolg van vergrijzing en ontgroening van de bevolking. Hierdoor zullen minder mensen zich aanbieden op de arbeidsmarkt, waardoor het scheppen van banen niet lukt , ofwel niet nodig is. Ook het benodigde areaal bedrijventerrein zal daarmee minder hard hoeven groeien.

Er blijven nieuwe terreinen nodig
Desondanks zal er altijd een zekere behoefte blijven aan nieuwe terreinen. In elke regio blijven er bedrijven die uit hun huisvesting groeien en op zoek gaan naar een nieuw bedrijfskavel. Het zal ook lang niet altijd mogelijk zijn de oplossing te vinden op bestaande bedrijventerreinen. Wel wordt het voor de toekomst steeds meer de vraag wat te doen met oude bedrijfslocaties en bedrijventerreinen die achterblijven.

© Henry de Vaan, Fanion Onderzoek & Advies, augustus 2013