dinsdag 12 maart 2013

Niet overal daalt de werkgelegenheid; Flinke regionale verschillen.

Eind februari zijn de nieuwe cijfers over banen en vestigingen van het LISA (www.lisa.nl) over de periode 2011-2012 beschikbaar gekomen. In dit bericht volgt een korte eerste analyse van deze cijfers die een interessant inzicht geven in de ontwikkeling van de vraagzijde van de arbeidsmarkt en de economie.

Daling van de werkgelegenheid in 2012, lagere groei aantal nieuwe vestigingen

De werkgelegenheid in Nederland is tussen 2011 en 2012 licht gedaald met -0,7% van 8.141.700 banen in 2011 naar 8.084.740 banen in 2012. Over periode 2008-2012 is de werkgelegenheid slechts met -0,3% gedaald. Het aantal bedrijven en instellingen is tussen 2011 en 2012 toegenomen met 1,5% van 1.239.180 in 2011 naar 1.248.130 in 2012. Er is al langere tijd sprake van een stijging van het aantal vestigingen. In periode 2008-2012 groeide het aantal bedrijven en instellingen met 15,6%. Vooral het aantal ZZP'ers en starters is sterk gegroeid de afgelopen jaren. Opvallend is wel dat de groei van het aantal nieuwe bedrijven in 2012 flink teruggelopen is, blijkbaar durven veel mensen de stap naar het ondernemerschap op dit moment niet te maken.



Verschillen in werkgelegenheidsgroei tussen gemeenten 2011-2012

Een ruimtelijke analyse van de cijfers laat zien dat in het grootste deel van de Nederlandse gemeenten een daling van de werkgelegenheid te zien is geweest. Opvallend is dat in West-Brabant en Zuid-Zuid-Holland relatief veel gemeenten te maken hebben gekregen met een flinke afname van het aantal banen. In positief opzicht vallen de gemeenten in regio's Noord-Holland, Zuid-Flevoland, de Veluwe (deels), De Liemers en Zuidoost-Brabant op met werkgelegenheidsgroei. Ook in het westelijk deel van Friesland en Noordoost-Groningen is er bij veel gemeenten sprake geweest van werkgelegenheidsgroei tussen 2011 en 2012. 



Werkgelegenheidsontwikkeling langere termijn 2008-2012

Over de periode 2008-2012 zijn met name in de gemeenten in de regio Noordoost-Brabant veel banen verloren gegaan. Veel gemeenten hebben meer dan 5% van de werkgelegenheid verloren. Ook in de regio Gooi- en Vechtstreek, het noordoosten van Friesland. het noorden van de Overijssel en Zuid-Limburg hebben veel gemeenten te kampen met een banenverlies van meer dan  5%. De werkgelegenheid is daarentegen flink gegroeid in veel gemeenten in Noordoost-Groningen, Flevoland en de regio Amsterdam. In Noordoost-Groningen heeft dit waarschijnlijk te maken met de activiteiten in en rond de Eemshaven. Tot slot is er ook op de Veluwe, het westelijk deel van Friesland, de Stadsregio Arnhem-Nijmegen en West-Brabant/Zuid-Zuid-Holland in veel gemeenten sprake van werkgelegenheidsgroei geweest.



Banengroei en groei aantal vestigingen naar COROP: 2008-2012


Als de groei van de werkgelegenheid en de vestigingen tegen elkaar worden afgezet dan laten de COROP-gebieden Groot-Amsterdam en Flevoland een goede economische ontwikkeling zien ondanks de economische recessie. Ook overig Groningen, de Zaanstreek, Utrecht, Arnhem-Nijmegen, Utrecht en Zuidoost-Noord-Brabant scoren boven het landelijk gemiddelde op zowel werkgelegenheidsgroei als de groei van het aantal vestigingen.
De economie heeft het meest te lijden van de crisis in de regio's Gooi- en Vechstreek, IJmond en Noordoost-Noord-Brabant, Haarlem e.o., Delft en Westland en Den Haag e.o. In deze regio's blijft zowel de groei van het aantal bedrijven als de werkgelegenheidsgroei achter bij het landelijk gemiddelde.


Bron: LISA 2013, bewerking Fanion Onderzoek & Advies

© Henry de Vaan - Fanion Onderzoek en Advies
12 maart 2013



woensdag 27 februari 2013

Discussie koopzondag is symptoombestrijding


Op dit moment zijn er in veel plaatsen discussies gaande over de permanente koopzondag, zoals in Tilburg of Utrecht. De voorstanders geven aan dat zij met de zondagopenstelling tegemoet komen aan de wensen van de klant en daarmee bovendien extra omzet kunnen halen. De tegenstanders pleiten voor de zondag als vaste rustdag vanuit geloofsovertuiging, of omdat ze het niet op kunnen brengen om op zondag open te gaan; zij geven aan dat de baten niet opwegen tegen de kosten en dat het praktisch niet op te brengen is vanwege de lange werkweken die al worden gemaakt. Wel zijn de kleine winkeliers bang voor omzetverlies aan de winkels die wel opengaan op zondag.


Onderzoek naar het draagvlak
Het afgelopen jaar heb ik in een aantal gemeenten draagvlakonderzoek naar verruiming van de koopzondag mogen doen. Uit deze onderzoeken zijn de volgende conclusies te trekken:
  • De consument willen over het algemeen (zeer christelijke kernen daargelaten) inderdaad graag de mogelijkheid hebben om op zondag boodschappen te doen of te winkelen. Dit is trouwens ook af te leiden uit ander onderzoek.
  • Het grootwinkelbedrijf komt hieraan graag tegemoet. Supermarkten en winkels in elektronica, beeld- en geluidsdragers, bouwmarkten en tuincentra, mode en luxe en andere vrije tijdsartikelen komen graag aan de wens van de klant tegemoet en zien mogelijkheden voor extra omzet.
  • Tegenstanders zijn de kleine, zelfstandige winkeliers die vaak zelf in de winkel staan, lange dagen maken. Zij geven aan dat voor hen de kosten niet opwegen tegen de baten en dat zij behoefte hebben aan een vaste vrije dag. Vooral de verswinkeliers zien elke zondag open niet zitten.
Kortom, de tegenstellingen tussen de winkeliers zijn groot.
Wat te doen?
Wie heeft er nu gelijk en wat te doen? Mijns inziens hebben beide partijen gelijk en ligt er een meer fundamentele keuze ten grondslag aan de discussie over de koopzondag, namelijk: waar willen we heen met de detailhandel in dorpen en steden in Nederland? De discussie over de koopzondag is slechts een van de symptomen van een dieperliggende discussie.

Fijnmazige detailhandelsstructuur
De detailhandelsstructuur van Nederland is zeer fijnmazig doordat deze vanuit de overheid binnen de ruimtelijke ordening altijd is beschermd. Hierdoor heeft iedere consument op relatief korte afstand een ruime keuze aan winkels beschikbaar. Een aantal trends en ontwikkelingen schiet echter inmiddels gaten in deze structuur, namelijk: er zijn de afgelopen jaren te veel winkelmeters bijgekomen, de opkomst van internet als verkoopkanaal waardoor bestedingen wegvloeien en consumenten houden al een paar jaar de hand op de knip als gevolg van de aanhoudende economische malaise. Het gevolg is dat winkeliers steeds minder omzetten. Als reactie hierop worden winkels alsmaar groter, gaan winkelcentra steeds meer op elkaar lijken doordat alleen de filialen het hoofd boven water houden en willen winkels steeds vaker en langer open om wat van het omzetverlies goed te maken.

Het maken van keuzes
De volgende keuze bij voor beleidsmakers ligt nu volgens mij voor:
  1. Verdergaan op het ingeslagen pad van het toestaan van meer winkelmeters en het (volledig) vrijgeven van de winkeltijden. Hierdoor zal de kleine, zelfstandige winkelier het inderdaad steeds moeilijker krijgen en is de consequentie dat steeds meer kleine winkels uit de winkelgebieden verdwijnen, maar uiteindelijk ook dat er winkelgebieden verdwijnen.
  2. Kiezen voor het beschermen van de fijnmazige detailhandelsstructuur door de groei van het aantal winkelmeters te beperken of zelfs het aantal winkelmeters te verkleinen, te zorgen voor goed bereikbare en prettige winkelgebieden en door ook voorzichtig om te springen met het te zeer verruimen van de winkeltijden. Hierdoor zullen meer kleine, zelfstandige winkeliers kunnen blijven bestaan waardoor er meer diversiteit blijft. Ook kleinere buurtwinkelcentra houden zo iets meer overlevingskans.
De kool en de geit sparen lukt volgens mij niet. Alleen wordt dat toch te vaak geprobeerd in de discussie rondom de koopzondagen. De meeste gemeenten kiezen op dit moment voor de eerste keuzemogelijkheid en gaan mee in het verruimen van de koopzondagen. Dit is ook in lijn met het Rijksbeleid dat de koopzondag wil vrijgeven. Bovendien als de buurgemeenten het doen, dan kan men bijna niet anders dan de eigen winkeliers, die dit willen, een gelijk speelveld geven. Dit beleid is verdedigbaar, maar er moet wel eerlijk aan de kleine winkeliers bij verteld worden dat voor hen de toekomst er weinig rooskleurig uit zal zien en aan de consument dat de diversiteit in de winkelgebieden en het aanbod van authentieke kleine winkels op termijn minder zal worden.

© Henry de Vaan 
Waalwijk 27 februari 2013